Bloedgroepen

Bloedgroepen

De eerste bloedgroepen zijn pas rond 1900 ontdekt door Karl Landsteiner. Deze werden A, B en O (nul) genoemd. De bloedgroep wordt genoemd naar de antigenen op de rode bloedcellen. In het serum komen natuurlijke antistoffen voor tegen de andere bloedgroep(en). De bloedgroepen A en B ontstaan doordat bepaalde suikerstructuren aan de grondsubstantie H worden gekoppeld.
Naast deze 4 hoofdbloedgroepen zijn er nu meer dan 300 bloedgroepen bekend.

Ontstaan bloedgroepen

BLOEDGROEP O – DE JAGER/VERZAMELAAR

Dit is de meest voorkomende en oudste bloedgroep, die 50.000 voor Christus in Afrika ontstond. Andere bloedgroepen zijn hieruit voortgekomen door migratie en evolutie. Tijdens deze periode aten mensen veel rood vlees en weinig granen en melkproducten. Daarom zouden mensen met bloedgroep O een dieet moeten volgen met veel proteïnen en weinig koolhydraten.

BLOEDGROEP A – DE LANDBOUWER

Rond 25.000 tot 15.000 voor Christus leerde de mens het land te bewerken en kwamen granen, groenten en fruit in zwang als belangrijke voedselbronnnen. Mensen met deze bloedgroep functioneren het beste als ze vegetarische maaltijden eten.

BLOEDGROEP B – DE NOMADE

De mens trok richting het oosten en zo ontstond een mix van bloedgroepen A en O. Mensen met bloedgroep B profiteren van beide typen bloed. Zij functioneren optimaal als ze een gebalanceerd dieet van vlees, granen, melkproducten en groenten volgen.

BLOEDGROEP AB – DE MODERNE MENS

Pas 1500 jaar geleden ontstond deze combinatie van bloedgroep A en B. Mensen met AB zijn dan ook zeldzaam.

Het lijkt erop dat Moeder Natuur hier niet ver genoeg vooruit heeft gedacht. Sinds mensen elkaar bloed zijn gaan geven, hebben we er vooral last van. Mensen met bloedgroep A kun je bijvoorbeeld niet het type B toedienen. Dat geeft heftige afstotingsreacties.

Vroeger had het nog wel zijn nut. Behalve de twee hoofdfactoren A en B – die de mensheid in de vier groepen O, A, B en AB verdelen – zijn er nog 400 andere bloedgroepfactoren (zoals de resusfactor). Genoeg om het bloed van ieder mens uniek te maken. Dat gegeven werd tot voor kort gebruikt in vaderschapstests.

Sinds de opmars van de DNA-diagnostiek hebben we het bloed voor die tests niet meer nodig en zijn de groepen alleen maar lastig bij bloedtransfusies. Daar zijn we zelf schuld aan. Moeder Natuur had de groepen nog wel een beetje gescheiden. Vrijwel alle Indianen uit Midden- en Zuid-Amerika hebben bloedgroep O, en ook bij de Noord-Amerikaanse Indianen is dat percentage hoog. Type B heeft zijn oorsprong in Mongolië. Dat duidt erop dat de verschillen in bloedgroepen een evolutionaire achtergrond hebben. Maar hoe dan? Als de verschillen geen duidelijke functie hebben, is het lastig te bedenken hoe de natuur daarop zou kunnen selecteren.

Wetenschappers zoeken het antwoord al een tijdje bij infecties. Het is bijvoorbeeld bekend dat de malariaparasiet een voorkeur heeft voor bloedgroep A. Mensen met dit bloed overlijden er in elk geval eerder aan. Toch kreeg niemand er goed de vinger achter. Als je in een wiskundig model een gevarieerde bevolkingsgroep bestookt met een virtuele bacterie, houd je na een tijdje alleen bloedgroep O over.

Bacteriën muteren namelijk net zo lang totdat mogelijk voedsel in hapklare brokjes is veranderd. Bij rode bloedcellen richten de bacteriën zich op de eiwitsuikers op de celwand. Die zijn voor A en B verschillend, terwijl bloedgroep O dergelijke suikers niet heeft. Zo ontstaan er dus bacteriën die het op de rode bloedcellen van type A hebben gemunt, en bacteriën die wel pap van type B lusten. Type O heeft geen herkenningspunt. Die raakt niet in trek en blijft dus over.

Dat is niet de praktijk, schreven Britse biologen drie jaar geleden in de Proceedings of the Royal Society. Ze breidden het model daarom uit met een tweede ziektekiem, een virus. In vergelijking met een bacterie werkt dat precies andersom, zegt C. van der Poel van Stichting Sanquin waarin alle bloedbanken zijn gefuseerd. „Terwijl een bacterie zijn eetgedrag aanpast aan de bloedgroep, neemt het virus op zijn reis van cel naar cel iets van die bloedgroep over en steekt dat op zijn jasje.

Daardoor zien antistoffen van een andere gastheer in dit virus een vijand en bestrijden het. Maar virussen die type O besmetten, houden daar niets aan over en kunnen hun kruistocht dus ongezien voortzetten.”

Virussen belagen dus type O, zoals de bacteriën type A en B kort houden. Door met de druk van de twee ziektekiemen te variëren konden de Britse biologen de huidige spreiding van de bloedgroepen redelijk goed in hun wiskundig model nabootsen.

Wat bepaalt welke bloedgroep je hebt?

Bloedgroepen zijn structuren (eiwitten of suikers) op de buitenkant van de rode bloedcel, die niet bij iedereen hetzelfde zijn.

Bloedgroep doorgeven

Een vader en moeder geven ieder één kopie van het bloedgroep-gen aan hun kind door. Dit kan een A, B of O zijn. Samen bepaalt dit welke bloedgroep het kind heeft; A, B, AB of O.

Je hebt dus altijd twee bloedgroep-genen.

Overzicht bloedgroepen kind en ouders

Heb je bloedgroep O

Deze bloedgroepen kunnen je ouders hebben:

  • Beide ouders hebben bloedgroep O
  • Beide ouders hebben bloedgroep A
  • Beide ouders hebben bloedgroep B
  • Ouders hebben bloedgroep O en bloedgroep A
  • Ouders hebben bloedgroep O en bloedgroep B
  • Ouders hebben bloedgroep A en bloedgroep B

Heb je bloedgroep A

Deze bloedgroepen kunnen je ouders hebben:

  • Beide ouders hebben bloedgroep A
  • Beide ouders hebben bloedgroep AB
  • Ouders hebben bloedgroep A en bloedgroep O
  • Ouders hebben bloedgroep A en bloedgroep B
  • Ouders hebben bloedgroep A en bloedgroep AB
  • Ouders hebben bloedgroep AB en bloedgroep O
  • Ouders hebben bloedgroep AB en bloedgroep B

Heb je bloedgroep B

Deze bloedgroepen kunnen je ouders hebben:

  • Beide ouders hebben bloedgroep B
  • Beide ouders hebben bloedgroep AB
  • Ouders hebben bloedgroep B en bloedgroep O
  • Ouders hebben bloedgroep B en bloedgroep A
  • Ouders hebben bloedgroep B en bloedgroep AB
  • Ouders hebben bloedgroep AB en bloedgroep O
  • Ouders hebben bloedgroep AB en bloedgroep A

Heb je bloedgroep AB

  • Deze bloedgroepen kunnen je ouders hebben:
  • Beide ouders hebben bloedgroep AB
  • Ouders hebben bloedgroep A en bloedgroep B
  • Ouders hebben bloedgroep AB en bloedgroep A
  • Ouders hebben bloedgroep AB en bloedgroep B

Hoe vaak komt een bloedgroep voor in Nederland

Bloedgroep% Nederlanders
A-positief36,6
A-negatief6,4
B-positief7,7
B-negatief1,3
AB-positief2,5
AB-negatief0,5
O-positief38,2
O-negatief6,8

Bronnen:

Sanguin – sanquin.nl
Erfocentrum – erfelijkheid.nl
Columbus Travel – waar-ligt-de-oorsprong-van-jouw-bloedgroep

Gepubliceerd in Gooise Sporen 2023-2