Soldaten uit Gooi en Vecht in dienst van de Paus

Soldaten uit Gooi en Vecht in dienst van de Paus

In 1860 riep Paus Pius IX de gehele katholieke wereld op jonge, ongehuwde mannen te zenden, om als vrijwilliger dienst te doen. De Pauselijke Zouaven vormden samen met de Zwitserse Garde het leger van de Kerkelijke Staat. Zevenenvijftig jongemannen in de leeftijd tussen de 16 en 42 jaar vertrokken in de periode 1864 – 1870 vanuit Gooi- en Vechtstreek via Oudenbosch naar Brussel alwaar ze werden gekeurd. Niet elke jongeman kwam in aanmerking om in het pauselijke leger te mogen dienen, ze moesten aan een aantal eisen voldoen en in het bezit zijn van: een getuigschrift van de pastoor, een bewijs van de dokter dat ze gezond waren, een uittreksel uit het geboorteregister, een vrijstelling van militaire dienst en indien miderjarig de toestemming van hun ouders hebben. Daarnaast moesten ze minstens 1.57 mtr lang zijn, niet jonger dan 17 en niet ouder dan 40 jaar zijn. Maar heel strikt werd daar niet mee omgegaan, want Nicolaas de Boer uit Hilversum was nog geen 17 en Willem Splint uit Laren 41 jaar en een paar maanden toen zij in denst kwamen. Eenmaal goedgekeurd gingen ze naar Rome om dienst te doen als pauselijk zouaaf. Sommigen klommen op tot zouaaf 1e of 2e klasse en Gijsbertus Banis uit Bussum zelfs tot korporaal. Een enkeling tekende later nog bij voor een tweede of een derde termijn.

Vanuit Rome werden de meeste zouaven verdeeld over de depots van 28 garnizoensplaatsen binnen de Kerkelijke Staat, sommige aan de kust, het merendeel in het bergachtige binnenland. De tocht ging grotendeels te voet over karren- en ezelspaden, want wegen waren er nauwelijks: achttien tot veertig uur lopen, en dat met volledige bepakking. Eenmaal aangekomen op de plaats van bestemming bestond de diensttijd uit dagelijks vele uren wachtlopen bij stadsmuren en -poorten en gedisciplineerde exercitie, waarbij het leren van de in het Frans gegeven bevelen voor de Nederlanders het moeilijkst was en het schieten het gemakkelijkst. Veel tijd ging ook zitten in dagenlange patrouilles door het gebergte en het onderhoud van de uitrusting.

Van 1860 tot 1866 probeerden de zouaven Garibaldi’s rebellen met kleinere en grotere militaire acties te weren uit het restant van de Kerkelijke Staat en binnenlandse opstanden in het door de paus autocratisch geregeerde land te onderdrukken. De strijd spitste zich uiteindelijk toe op twee belangrijke sleutelmomenten: de campagne van de nationalisten in 1867, die uitmondde in de door de pauselijke troepen gewonnen Slag bij Mentana, en de strijd om en inname van Rome in september 1870, door de Italiaanse nationalisten.

Gijsbertus Banis is geboren op 18 september 1848 in Bussum. Zijn ouders waren Gerard Banis en Jannetje van Breemen. Hij was van beroep schoolmeester. In dienst van 10 maart 1866 tot 12 maart 1868 bij de 1e compagnie van het 2e bataljon als zouaaf 1e klasse. Twee maanden later op 12 mei 1868 tekende hij opnieuw een contract en bleef tot 21 maart 1870. In die tijd werd hij bevorderd tot korporaal. Hij maakte de Slag bij Mentana mee en ontving daarvoor het Mentana kruis.

Bron: www.udenarchief.nl

Op 23 mei 1870 ging hij voor de derde keer naar Italië totdat op 20 september 1870, door de Slag bij Rome, het pauselijke leger ophield te bestaan. Hij ontving hiervoor de gouden Puis IX medaille. Komende vanuit Bussum werd hij op 24 oktober 1872 ingeschreven in Venray als student, vanwaar hij op 18 mei 1874 naar Sittard vertrok.

Bron: Gemeentearchief Venray te Venray, Bevolkingsregister, Deel: 5338, Periode: 1860-1880, Venray, archief 4, inventarisnummer 5338, Bevolkingsregister Venray 1860-1880/Fr

Op 14 november 1878 verhuisde hij naar Driebergen-Rijssenburg. Op 13 november 1892 woonde hij het Mentana herdenkingsfeest in Utrecht bij.

Hij kwam op 8 juli 1916 vanuit in Hillaer in België, vertrok op 11 oktober 1916 naar het St. Bernardusgesticht aan de Nieuwe Passeerdersstraat2 in Amsterdam waar hij werd opgenomen op de verpleegafdeling voor mannen en waar hij op 15 april 1920 ongetrouwd is gestorven.

Bron: Stadsarchief Amsterdam, Bijzondere registers Deel: 2542, Periode: 1897-1934, archief 5000, inventarisnummer 2542 en Deel: 2559, Periode: 1897-1934, archief 5000, inventarisnummer 2559 en Deel 140, Periode 1930

Hij was bevriend met Antonius Ruijzendaal. Dat blijkt uit de brieven die Gijsbertus Banis schreef aan zijn familie. Antonius Ruijzendaal is geboren op 14 januari 1840 in Bussum als zoon van Jacobus Ruijzendaal en Marretje Kaarsgaren deed als pauselijk zouaaf dienst van 10 maart 1866 tot 20 juli 1866 toen hij in het veldhospitaal van Velletri overleed aan cholera. Hij is begraven op de begraafplaats van Velletri. Zijn naam staat vermeld op een gedenkplaat aan de muur van de kerk van Santa Lucia in Velletri, een stadje ten zuiden van Rome, samen met éénentwintig andere Zouaven die hier in 1866 stierven, waarvan er tien uit Nederland kwamen.

Voor alle zouaven die in deze strijd gevallen zijn is een monument opgericht.

Zouavenmonument op de begraafplaats van Verano te Rome. Opgericht door Pius IX in 1867 om de Slag bij Mentana van datzelfde jaar te herdenken. Bron: Wikipedia.
Standbeeld ter herinnering aan de gevallen zoeaven tijdens de strijd om de Kerkelijke Staat. Centraal staat paus Pius IX, met aan zijn voeten een omgekomen zoeaaf. Het beeld bevindt zich in Oudenbosch. Het opschrift luidt: In Memoriam Neerlands Kath. Zonen Gesneuveld in de Verdediging van Petrus’ Erf

Bronnen:
– Wikipedia
– Zouaven Tussen Vecht en Eem van G.L. de Boer sr.
– Stichting Nederlands Zouavenmuseum in Oudenbosch: www.zouavenmuseum.nl
– Historische Kring Bussum – Zouaven uit Bussum
– Historische Kring Hilversum – Hilversumse Zouaven
– Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren – De Katholiek godsdienstig, geschied- en letterkundig maandschrift 1866 deel 50 pagina 181 tot 195

Gepubliceerd in Gooise Sporen 2022-3